OVER DEBAT
Wat is debatteren?
Binnen een debat is er altijd sprake van een stelling en twee partijen: de voorstanders en de tegenstanders. De taak van de voorstanders is om een geloofwaardige invulling aan de stelling te geven. De taak van de tegenstanders is om alles wat de voorstanders zeggen te ontkrachten. Beide teams wisselen elkaar af in een vast aantal beurten. Een jury of het publiek geeft dan een oordeel over het debat. Het team dat de meeste overtuigingskracht heeft getoond, wint. Debatteren is een kunst, een sport en een spel.
De kunst is het tonen van overtuigingskracht: het vermogen om een stelling zo uit te leggen, te beargumenteren en te illustreren dat een publiek of een jury het met je eens wordt.
De sport is om het daarbij beter te doen dan je tegenstander, die precies het tegenovergestelde verkondigt.
Het spel ligt in het feit dat je niet je eigen mening verkondigt, maar moet roeien met de riemen die je gegeven worden.
Vrijwel ieder debat is te doorgronden door middel van het standaardgeschillenmodel. Met dit model wordt praktisch ieder debat tot de kern teruggebracht:
Probleem:
Waarom hebben we het hier over, wat is er aan de hand? Is het probleem ernstig en urgent?
Oplossing:
Hoe ga ik dat probleem oplossen? Is de oplossing effectief, structureel en uitvoerbaar?
Gevolgen:
Wat zijn de gevolgen van dat plan?
Strategische keuzes zijn hierbij van essentieel belang. Immers: sommige oplossingen lossen niet altijd het probleem op. Kilometerheffing kan bijvoorbeeld een oplossing zijn voor het probleem dat de vervuiler nu niet betaalt, maar is wellicht geen oplossing voor files.
Debatvormen
- Parlementair – twee voorstander en twee tegenstanders krijgen elk in totaal drie beurten om te strijden over een vooraf gekozen stelling, die meestal een verandering van het bestaande beleid en een concreet plan inhoudt (bv. elke stemmer een staatslot). In de eerste twee beurten van elk team mogen de tegenstanders vragen en opmerkingen plaatsen (zg. interrupties).
- Eloquentia – de strijd is nu slechts tussen twee sprekers. De spreektijden zijn relatief kort en de stellingen bevatten minder vaak een concreet plan en zijn vaak ludiek (bv. er is maar 1 ding belangrijk in het leven) en er wordt meer waarde gehecht gehecht aan welsprekendheid (= eloquentia). Een variant op deze vorm is het schaakklokdebat, waarbij beide sprekers elkaar kunnen ‘afklokken’
- Lagerhuis – bekend van de VARA. Twee sprekers geven korte inleidingen voor en tegen, waarna de zaal in collectief debat ontsteekt. In deze vorm van debatteren is meer ruimte voor de eigen mening
- Polec – Twee tegenstanders en twee voorstanders gaan, nadat elke kant twee opbouwende beurten geeft gehad, in directe discussie met elkaar. Meestal volgt daarna voor elke partij nog een afsluitende minuut. Andere naam voor deze vorm is de vrije discussie
- Driehoeksdebat – Er zijn niet twee, maar drie partijen. Elk krijgt een aparte stelling te verdedigen, maar in alle gevallen gaat het om een oplossing voor hetzelfde probleem. Er is dus sprake van meer nuance, dan simpelweg voor en tegen.
- Engels – Er zijn nu vier teams van elk twee personen. Het eerst team (voor) en het tweede team (tegen) hebben elk twee beurten, waarna het derde team (voor) een aanpassing van het plan van het eerste team voorstelt en het vierde team (tegen) in een samenvatting zowel het oorspronkelijke plan als de aanpassing aanvalt.
- Ballondebat – een variant op Eloquentia, waarbij vijf tot zes mensen voor zichzelf een bekende persoon kiezen, wiens rol ze vervolgens spelen in een debat, dat plaatsvindt in een luchtballon. Het mandje is te vol en 1 van de deelnemers moet overboord. De deelnemers moeten in een korte speech het publiek er van overtuigen, dat zij het mandje niet hoeven te verlaten. Het publiek bepaalt uiteindelijk wie verliest.
- Kruisverhoor – een variant op het parlementaire debat, waarin tussen de normale beurten in, ruimte wordt gegeven voor de debaters om elkaar doelgericht vragen te stellen, waarin steeds 1 persoon vraagt en 1 persoon antwoordt.
Binnen onze debatclub wordt voornamelijk gebruik gemaakt van parlementair debateren, maar ook de andere debatvormen komen aan bod